Collectie lokvogels van Natuurmuseum Fryslân uitgebreid

De Ottema-Kingma Stichting heeft onlangs ruim tweehonderd lokvogels en een serie lokfluiten aangekocht en in langdurige bruikleen gegeven aan het Natuurmuseum Fryslân. De Ottema-Kingma Stichting heeft deze particuliere verzameling van de heer Arentsen uit Volendam overgenomen. De collectie Arentsen staat landelijk hoog aangeschreven en bevat diverse unieke exemplaren.

Het Natuurmuseum heeft zelf ook een uitgebreide collectie lokvogels. In 2012/2013 organiseerde het museum een overzichtstentoonstelling over lokvogels. Bij die expositie werd een boek uitgegeven, geschreven door Siebren Siebenga en Harry Wijnandts. Het Natuurmuseum heeft inmiddels één van de grootste collecties lokvogels van Nederland. De bruikleen van de collectie Arentsen door de Ottema-Kingma stichting is daarop een mooie aanvulling.

Nederland met al zijn water is een aantrekkelijk broedgebied voor allerlei watervogels, steltlopers en weidevogels. Daarnaast is ons land een belangrijke foerageerplaats voor verschillende trekvogels zoals ganzen en eenden. Die grote aantallen vogels zijn in het verleden voor jagers en vogelvangers aanleiding geweest voor het ontwikkelen van allerlei vangtechnieken en vangmiddelen, zoals vangkooien, netten, lokfluitjes en lokvogels. Het was meestal de gewone man die de vogels ving om zelf te consumeren of om te verkopen. De opbrengst was een mooie aanvulling in een periode dat er weinig werk en dus ook minder inkomen was.

Vogels worden tegenwoordig nog steeds gevangen, maar met een ander doel namelijk wetenschappelijk onderzoek. De vogels worden gewogen, geringd en gemeten. Het verenkleed wordt bekeken, de mate van rui en sommige vogels worden voorzien van een zendertje om meer gegevens te krijgen over de trekroutes.

Het gebruik van lokvogels is vooral effectief bij vogelsoorten die in grote groepen leven. Een groep op het land foeragerende ganzen of goudplevieren of op het water aanwezige eenden heeft nu eenmaal aantrekkingskracht op overvliegende soortgenoten. Ze geven de overvliegende vogels het ‘idee’ dat daar wat te halen valt en dat het er goed en veilig vertoeven is. Een groep niet levende lokvogels (modellen) heeft hetzelfde effect, vooral wanneer de jager of vogelvanger daarbij ook nog gebruik maakt van een lokfluitje, waarop de roep van de betreffende vogels wordt nagebootst.

Lokvogels kunnen zowel levende als nagemaakte vogels zijn. Soms is het een combinatie: het echte verenpak werd om een kunstlichaam gedaan om het zoveel mogelijk op een echte soortgenoot te doen lijken. De meest gebruikte lokvogels zijn goudplevieren, kieviten, ganzen, uilen, vinken, snippen en eenden. Ze werden gemaakt van hout, kurk, riet, turf, gips en later ook van piepschuim en kunststof. In de loop der tijd zijn er veel verschillende lokvogels gemaakt, van hele eenvoudige exemplaren tot ware kunstwerken. Voor mooie of zeldzame exemplaren betalen verzamelaars hoge prijzen.

Menu