Thuis bekijken: de collectie uitgelicht

  1. Home
  2. chevron_right
  3. Thuis bekijken: de collectie uitgelicht

Bekijk veilig vanuit je eigen huis de collectie van het Natuurmuseum. En die collectie is groot, heel groot. Ze bestaat uit ruim 300.000 natuurhistorische objecten. Genoeg te vertellen dus!

De kievit (in het Frysk: ljip)

Kieviten broeden op Nederlandse weilanden en akkers.  Het is al meer dan 100 jaar traditie om het eerste kievitsei van het seizoen te vinden. Vroeger namen Friezen de eieren mee om op te eten of te verkopen.

Helaas gaat het niet meer zo goed met de Kievit. Kievitseieren mogen dan ook niet meer geraapt worden.

Door jarenlang gegevens over de eerste kievitseieren bij te houden, weten we dat kieviten steeds eerder in het jaar hun eerste ei leggen. Wetenschappers denken dat klimaatverandering daar een grote rol bij speelt.

De steenmarter (in het Frysk: stienmurd)

De steenmarter is een roofdier met een groot aanpassingsvermogen. Zo komt hij voor in boerderijen en dorpen, maar ook diep in het bos. De steenmarter is een vrij algemene soort in de meeste provincies, maar in het westen van het land zijn ze zeldzaam.

Steenmarters kunnen op boerderijen schade veroorzaken doordat ze kippeneieren stelen en soms kippen doden. Ook veroorzaken ze overlast in schuren en op zolders door nachtelijk lawaai en stank van uitwerpselen en prooiresten. Juist omdat ze in de buurt van de mens leven is verkeer een grote bedreiging voor ze: het museum krijgt jaarlijks zo’n tien verkeersslachtoffers binnen.

De grutto (in het Frysk: skries)

De grutto werd in 2016 uitgekozen tot nationale vogel van Nederland, onder andere omdat we de grootste broedpopulatie in Europa hebben. Ons land is dus heel belangrijk voor het voorbestaan van deze soort.
Helaas gaat het aantal broedparen al 50 jaar achteruit. Hun leefgebied en voedselaanbod verminderen vooral als gevolg van intensieve landbouw.

Grutto’s broeden vanaf eind maart tot en met eind mei en leggen 3 tot 4 eieren per keer. Vaak houden de ouders op een afstand vanaf een paaltje hun nestje goed in de gaten. Misschien zie je ze de komende tijd wel staan!

De hoornaar (in het Frysk: hoarnebij)

De collectie van het Natuurmuseum wordt nog altijd uitgebreid, zoals vorige week met de hoornaar (hier op de foto), ook nog eens een giftig dier! Hij is gevonden door de conservator in zijn tuin en is gelijk geprepareerd.

Ondanks dat de hoornaar de grootste wesp is in ons land (tot 3,5 cm lang!), is ze ook het minst agressief. Deze soort steekt alleen wanneer iemand te dichtbij het nest komt. Zij zorgt ook voor minder overlast dan andere wespensoorten. Je zult zelden lastiggevallen worden door een hoornaar op een terras.

Op de foto is te zien dat hoornaars bewegende monddelen hebben. Die gebruiken ze onder andere om hout tot papierpulp te kauwen om daar vervolgens hun nest van te bouwen. Verder kan je ook zien dat de vleugels in de lengte zijn gevouwen. Dat geeft aan dat ze bij de groep van de plooivleugelwespen horen. Wat ook opvalt is dat ze naast de grote samengestelde ogen aan de zijkanten, ook drie kleine oogjes (ocelli) boven op hun kop hebben. Zie je ze ook zitten?

De mol – giftig of niet?
Misschien klinkt een mol niet zo heel bijzonder, maar eigenlijk zijn mollen best toffe diertjes. Ondanks dat ze minder dan 20 cm lang zijn, kunnen ze binnen een uur een gang van 15 meter graven. Dat is zo’n 80 keer hun lichaamslengte! Een volwassen Nederlander zou binnen een uur een gang onder anderhalf voetbalveld moeten graven om hetzelfde te bereiken.

Maar wist je dat mollen ook een giftige stofje in hun speeksel hebben? Zo verlammen ze hun prooi zodat ze die voor later kunnen bewaren.

Mollen zijn meestal bruin tot zwart van kleur. Het Natuurmuseum heeft echter ook een aantal witte mollen in de collectie: albino dieren. Wil je meer weten over albinisme, scrol dan door naar beneden.

De collectie lokvogels en lokfluiten

Sinds kort heeft Natuurmuseum Fryslân de grootste collectie historische lokvogels in Nederland! Lokvogels werden vroeger gebruikt bij het zogenaamde ‘flappen’: ze stonden rondom een net dat op de grond lag en dat met hefbomen en touwen over aanvliegende vogels werd gegooid. Het meest werd gejaagd op de goudplevier, ‘wilster’ in het Fries, om op te eten of te verhandelen.

Lokvogels werden handgemaakt uit hout, kurk of papier-maché, en vervolgens geverfd. Sommige hadden bewegende vleugels zodat ze meer op levende vogels leken.Met lokfluiten werd het geluid van een goudplevier nagedaan. Deze werden ook met de hand gemaakt uit hout of bot. Het was de kunst ze zo te maken dat ze precies zoals het vogelgeluid klonken. Wilsterflappen wordt nu nog slechts toegepast voor ringonderzoek.

GIF in Nederland: de adder
De enige Nederlandse gifslang is de zeldzame adder, njirre in het Frysk. Zijn voorkeur gaat uit naar hoge zandgronden (met uitzondering van duinen). Eén van zijn belangrijkste leefgebieden ligt deels in het zuidoosten van Fryslân.
 

Een beet van een adder is zelden dodelijk maar wel erg pijnlijk. Gelukkig is het geen agressief dier! Een adder valt alleen aan wanneer deze zich bedreigd voelt. Als je ooit het geluk hebt om er eentje tegen te komen, kan je die het beste vanaf een afstand bewonderen. Adders zijn makkelijk te herkennen aan de zigzagstreep op hun rug.

Prent: Rein Stuurman – collectie Natuurmuseum Fryslan

De griel en zijn ei
Heb je wel eens van een griel gehoord? In het Frysk heeft hij de grappige naam
Tsjokpoat.

Dit zijn een griel en een ei van een griel. Best bijzonder, want deze vogel broedt sinds 1957 niet meer in Nederland. Het ei is dus zeker 62 jaar oud!
Vroeger broedden grielen in onze kale, droge en open duinen. Nu kun je ze slechts af en toe nog zien als ze pauze nemen tijdens hun trek. Zo is er vorig jaar nog een griel gespot in Fryslân. Ik zou zeggen: verrekijker mee en de tuin in!
De das

Dassen komen voor op hogere gronden waar de waterstand laag is, zodat ze hun burchten kunnen graven. Die zijn zeer uitgebreid met verschillende ingangen en kamers. Ze worden door meerdere generaties gebruikt en worden continu vergroot. In Fryslân komt de das voornamelijk in het zuidoosten voor.

Dassen zijn nachtdieren die van alles eten en niet zo goed zijn in jagen. Je zult ze overdag niet zo snel tegenkomen, maar hun loopsporen wel. Een afdruk die op een halvemaan lijkt met 4 of 5 ovale tenen en zwaar afgedrukte nagels, is hoogstwaarschijnlijk van een das.

Albino dieren

Wist je dat in de collectie van het museum veel albino dieren opgenomen zijn? We hebben er zelfs een hele unit aan gewijd in de zaal Verwonderland. Albino’s zijn dieren die geen pigment (een kleurstof in huid, haren of veren) aanmaken en daarom zijn ze wit. Albinisme komt niet alleen bij dieren voor, maar ook bij planten en mensen. Zelfs in de expo GIF zit een albino slang!

(Foto’s: egel, huismus en de Texaanse ratelslang)

Menu